| |




|
|
Wat zijn familieopstellingen
< terug
Hoe werkt een familieopstelling?
Allereerst heb je als vraagsteller een vraag over iets in je
leven waarmee je worstelt (bijvoorbeeld over je familie, je
relatie, de groep(en) waartoe je behoort, een bepaald symptoom
of patroon waar je last van hebt). Het is een brandende vraag,
niet iets uit nieuwsgierigheid.
Als deze vraag helder is, kies je een representant voor jezelf
en voor iedereen die (mogelijk) bij het probleem betrokken is.
Een representant is iemand die tijdelijk de positie van een
persoon inneemt en vooral gaat voelen wat die positie met hem
doet. Als vraagsteller plaats je de representanten volgens je
eigen innerlijk beeld en gevoel in de ruimte en in relatie tot
elkaar. Het magische aan dit werk is dat de representanten op
hun beurt toegang hebben tot de gevoelens en waarnemingen van de
personen waar ze voor staan.
De opsteller, degene die de opstelling begeleidt, werkt in
afstemming met de representanten en dat wat zij voelen en
waarnemen. Af en toe worden zinnen uitgesproken om bepaalde
relaties of gebeurtenissen te bevestigen. Doel is om een goede
oplossing voor het probleem te vinden en de natuurlijke stroming
van liefde (weer) op gang te brengen. Ook daartoe worden
oplossende zinnen uitgesproken.
Op het einde van de opstelling wordt je als vraagsteller in de
verbeterde opstelling gehaald om het gebeurde en de oplossing op
je te laten inwerken en alle emotionele verstrikkingen los te
laten.
De rol van de representant
Ben je representant in een familieopstelling, dan is het
belangrijk dat je geen rol speelt, maar alleen maar wáárneemt
wat je in jouw positie ervaart. Deze waarnemingen zijn
belangrijk voor het verloop van een opstelling. Als je helemaal
niets voelt, is het goed dit te melden. Verder hoef je als
representant niets te doen. Bij een verandering van de positie
kan je weer waarnemen wat het verschil is met de vorige positie:
beter of slechter.
Het is vooral belangrijk om als representant geen conclusies te
trekken over wat je zou behoren te voelen op basis van wat je
ziet. Ook als het ingaat tegen je eigen normen en waarden of je
eigen gevoel van wat goed of fout is, meld alleen dat wat je
opmerkt als gevoel of waarneming. Het kan zijn dat er als
reactie op de positie die je inneemt, beelden en ideeën in je
opkomen. Ook deze kun je melden.
De opsteller kan af en toe aan je vragen om een bepaalde zin uit
te spreken. Belangrijk is deze zin dan letterlijk te herhalen en
pas daarna te checken of deze zin voor jouw als representant in
deze positie klopt. Dit meld je dan weer even.
Ook al doe je als representant niet zelf een opstelling, het is
heel leerzaam om in die van anderen te staan. Ook voor je eigen
leerproces kan dit veel betekenis hebben.
|
|
|
|